een half uur te vroeg op het perron * telepathische sms sturen (er staat een hete zwarte op het perron) * ik moet pipi doen * lachen * roddelen* plezier in het fotohokje * mijn been trilt * oooh, een draaimolen, we gaan daar straks op* 2 euro moeten betalen: 50 euro geven * een zwangerschapstest: vragen aan zwangere vrouwen om er pipi op te doen, en dan laten rondslingeren? * winkelen * vrouw- waarvan we eerst dachten dat ze verkoopster was- komt aan u en zegt 'ooh, ik ga dat precies ook passen, dan zien ze m'n vetrolletjes niet' * 'evelien, pas dat eens, dat gaat u kei mooi staan' – en het werd kei lelijk* bustier/rok, het verschil is niet altijd even duidelijk *Evelien, dat is kei mooi, dat moet je kopen—ik weet het toch niet ze Jolien, als dat nu langer was geweest...* ze hebben die T-shirt terug, ik word gek!* 5x dezelfde T-shirt kopen* pizza van de pizzahut * JAMMIE (you know what I mean honey) * kleedje kopen 'dat is toch echt mooi he? * verschieten in het pashokje * ik wil een foto op die hand, niemand wilt daar een foto op * 'ik ben van de flair'—oh cool* flodder* neckerman * verdiept in de brochure * jij moet mijn blinde geleide even zijn als we straat oversteken * Ice Tea * op het muurtje geraken – foto trekken – wachten tot niemand kijkt—niet op het muurtje raken – foto trekken – van het muurtje springen – 'dat deed pijn' * Regen * paraplu kopen –Evelien, kom maar terug, het is gedaan met regenen * sneller Jolien, we worden nat* uitglijden, bijna vallen, maar met een mooie zwier toch nog recht kunnen blijven * Trager Jolien, anders val ik weer * ijsjes * pf, te zoet * moe* hoofdpijn* voldaan***